Terug naar voorpagina

De Big History verhalen

Er was eens.........een verhaal te vertellen.....

De Big History wetenschappers zien en beschrijven drempels (David Christian) en regimes (Fred Spier).

De drempels van David Christian:

  1. De Big Bang
  2. Sterren lichten op
  3. Nieuwe chemische elementen
  4. Aarde en zonnestelsel
  5. Leven op aarde
  6. Collectief leren
  7. Landbouw en veeteelt
  8. Moderne revolutie

De regimes van Fred Spier:

  1. Astronomische regime
  2. Geologische en klimatologische regime
  3. Organische en biologische regime
  4. Menselijke culturele regimes
  5. Vuurbeheersing
  6. Agrarisering
  7. Industrialisering

 

De verhalen voor het primaire onderwijs

De kern van Big History voor het primaire onderwijs is het verhaal.

Welke indeling men ook kiest:

  • de drempels of de regimes van Big History;
  • de verhalen van Maria en Mario Montessori of Michael en D'Neil Duffy (zie hier);
  • de open indeling van Jos Werkhoven (zie hier);

uiteindelijk vertelt u altijd één groot universeel verhaal. Details kunnen verschillen, maar het kind zal een goed zicht verkrijgen op wat het al wèl weet en waar nog aandacht aan kan worden gegeven. Tenslotte is het nimmer mogelijk alles te weten, maar het hebben van een goed overzicht in ruimte en tijd is beslist begripverhogend.
Het verhaal kan opgesplitst worden in meerdere delen, maar de leerkracht draagt er zorg voor dat ze tezamen altijd het grote verhaal vertellen van 'het alles': het alles in de ruimte, het alles in de tijd.

Het geeft de school en de leerkracht ook ruimte een eigen verhaal te vertellen; het kind krijgt de ruimte aan een eigen verhaal (portfolio) te werken.
De school, de leerkracht en het kind hoeven niet bang te zijn dat ze de nationale eisen en doelen van het onderwijs niet zullen halen. Bij goed gekozen verhalen en onderwerpen zullen de eisen en doelen ruim worden overtroffen.

Het verhaal heeft krachtige pedagogische en didactische kwaliteiten.

  • Het doet een sterk beroep op de verbeeldingskracht van het kind: tijdens het vertellen vormt het kind zich een beeld dat niet snel zal worden vergeten.
  • De leerkracht is het goede voorbeeld: zijn/haar enthousiasme zal aanstekelijk werken op het kind.
    "Hoe kunnen we het kind dwingen geïnteresseerd te zijn als interesse slechts van binnenuit kan komen? Alleen plicht en vermoeidheid kunnen van buitenaf teweeg worden gebracht, nimmer belangstelling! Laat dit heel duidelijk zijn.” Maria Montessori in Onderwijs en het menselijk potentieel.
    De leerkracht is hier niet de docent die slechts informatie overdraagt, maar veel meer de inspirator voor het kind naar meer willen weten. (Zie afbeelding rechts met het citaat van Alexandra Trenfor.)
  • Er dienen zich tegelijkertijd vele vragen aan, waar het kind een antwoord op wil hebben. Die vragen zijn een sterk vertrekpunt voor verdere zelfstandige studie en zullen het gevormde beeld verdiepen en aanscherpen.

De leerkracht heeft de omgeving voor het kind goed voorbereid:

  • de leerkracht heeft voldoende kennis opgedaan over de kernbegrippen van het te vertellen verhaal;
    (zie hiervoor ook de gratis toegankelijk cursus van het Big History Project)
  • de leerkracht draagt zorg voor de juistheid van de wetenschappelijke kernbegrippen;
  • de leerkracht heeft in zijn klas/groep en/of documentatiecentrum/bibliotheek van de school voldoende informatieve materialen (boeken, foto's, platen, filmpjes, geselecteerde internetsites etc.) voor de kinderen klaar staan voor verder onderzoek.

Het verhaal dat verteld wordt, staat gedurende een langere periode in de klas/groep centraal. Het verhaal is het verbindende element in alle activiteiten welke door de kinderen en de leerkracht worden ondernomen.
Het verhaal kan, indien nodig, door de leerkracht worden verdiept door het aanbieden van sleutelbegrippen in een algemene les. Deze activiteit kan ook door (een of meerdere van de) kinderen worden gedaan of door het uitnodigen van een 'expert' (wellicht een ouder.)

Big History en Maria Montessori

Maria Montessori en haar zoon Mario Montessori ontwikkelden voor het montessori-onderwijs vijf verhalen, die 'de vijf grote verhalen' of ook wel de 'vijf grote lessen' worden genoemd.
Het woord 'les' kan hier verwarring scheppen. Het is namelijk niet de les in de traditionele zin van het woord: de informatieoverdracht van de leerkracht aan het kind. Montessori heeft zeer bewust gekozen voor het verhaal om de kinderen te inspireren zelf onderzoek te doen naar de kernbegrippen van het verhaal die wetenschappelijk juist dienen te zijn.

De vijf verhalen van Maria en Mario Montessori zijn:

  1. Het verhaal van het (ontstaan van het) universum
  2. Het verhaal van het leven
  3. Het verhaal van de mens
  4. Het verhaal van de getallen (rekenen/wiskunde)
  5. Het verhaal van de taal

De eerste drie vormen het epos van de evolutie; de laatste twee vormen de verwezenlijking van de menselijke cultuur en de evolutie van de ideeën van de mens.

In de (Amerikaanse) montessoripraktijk zijn bovenstaande uitgangspunten van Montessori door Michael en D'Neil Duffy in 'Children of the universe' uitgebreid tot de volgende zes verhalen:

  1. Het verhaal van het (ontstaan van het) universum (metafysica en sterrenkunde)
  2. Het verhaal van de sterren en het zonnestelsel (natuurkunde en scheikunde)
  3. Het verhaal van de aarde (geologie en aardrijkskunde)
  4. Het verhaal van het leven (biologie)
  5. Het verhaal van de mens (archeologie)
  6. Het verhaal van de beschaving (geschiedenis)

Jos Werkhoven ontwikkelde in zijn montessori-onderwijspraktijk in Nederland de Lijnen van het leven; een set van vier tijdlijnen die de totale tijd omvatten en een verdeling geven, gegeven door de tijd en de rekenkunde.
Op de Nederlandse montessori-opleidingen werden (en worden?? - Jos zit momenteel in een werkgroep Kosmisch onderwijs en opvoeding van de Nederlandse Montessori Vereniging waarin de montessorivisie opnieuw wordt doorgelicht) bovenstaande 'Montessori'-verhalen niet aangeboden.

De tijd èn de rekenkunde gaven Jos de volgende indeling:

  • De lijn van het alles (13,8 meter lengte)
  • De lijn van de mens (10 meter lengte)
  • De lijn van de cultuur (10 meter lengte)
  • De lijn van mijzelf (10 meter lengte)

Vooral de wiskundige schoonheid in relatie tot de historie van alles, de mensheid, de cultuur en het kind zelf, sprak Jos direct zeer aan. Toen hij later in contact kwam met het werk van Kees Boeke ('Wij in het heelal, het heelal in ons'; later door Eams Office bewerkt en  meer bekend geworden onder de naam 'Powers of ten') was deze wiskundige overeenkomst al een schitterende beloning, nog aangenamer voelde het twee ‘raamwerken’ in handen te hebben die ons een overzicht kunnen geven van ruimte en tijd.

Terug naar voorpagina